WASLAP
“WASLAP” is een geldig woord.
15
Scrabble punten
16
Wordfeud
6
letters
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- washandje
- waardeloos persoon
- boenlap waarmee men een vloer met was weer glanzend maakt, poetsdoek
Woorden van < 6 letters: WASLAP
37 woorden gevonden
Woorden van 5 letters 1
- slaapperiode van inactiviteit waarbij het lichaam tot rust komt
Woorden van 4 letters 11
- paal(materiaalkunde) een langwerpig stuk materiaal dat in de grond staat
- plaseen verzameling van vocht
- slapstevigheid ontberend
- waasnevelsluier, laagje van damp of fijne druppels
- wals(werktuigbouwkunde) zware rol om iets mee te pletten
- paasPasen
- sawaeen nat, bevloeid rijstveld (in Indonesië)
- swap(economie) (financieel) een derivaat waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico (valuta, rente) wisselt tegen dat van een andere partij
- waal(demoniem) bewoner of iemand die afkomstig is uit Wallonië
- laaseen uitroep van spijt, ontgoocheling, verdriet
- aslauitschuifbaar onderdeel van een kachel of oven waarin verbrandingsresten terechtkomen om ze eenvoudig te kunnen verwijderen
Woorden van 3 letters 18
- alswanneer
- wasweke laagsmeltende en waterafstotende stof (wikidata: was )
- pashet plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan.
- sla(bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht Lactuca (wikidata: sla )
- las(techniek) vastverbonden voeg tussen twee metalen voorwerpen
- aap(primaten) benaming voor soorten uit de orde primaten (Primates ) waartoe ook de mens behoort
- aas(kaartspel) speelkaart die met A aangeduid wordt; vaak hoogste in het spel, hoewel ze eigenlijk de getalswaarde 1 heeft
- sap(drinken) vloeibare substantie (vocht) meestal afkomstig van planten en dan vaak gebruikt om te drinken
- walaarden verhoging als verdediging tegen een vijand
- pal(techniek) een onderdeel van een mechanisme om terugdraaien te beletten, stuitpin
- lapeen stuk van iets
- law
- spa(gereedschap) werktuig voor spitten en graven
- aalmestvocht
- apa
- alpeen hooggelegen bergweide, met name in de Alpen
- wap
- swa(straattaal) vriend, makker