NOODKLOK
“NOODKLOK” is een geldig woord.
15
Scrabble punten
15
Wordfeud
8
letters
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een alarmklok
Woorden van < 8 letters: NOODKLOK
37 woorden gevonden
Woorden van 5 letters 3
Woorden van 4 letters 17
- klok(natuurkunde), (tijdrekening) een instrument dat de tijd bijhoudt
- noodlevensbedreigende situatie waaruit men zichzelf niet meer kan redden en onmiddellijke hulp vereist is
- loon(economie) financiële vergoeding voor geleverde arbeid
- kookde toestand van koken
- dolkkort steekwapen in de vorm van een stevig mes
- dook
- lookuiterlijke indruk en uitstraling naar stijl of mode
- loodgeen meervoud (scheikunde), (element) een scheikundig element met symbool Pb en atoomnummer 82, het is een donkergrijs hoofdgroepmetaal met een hoog soortelijke gewicht
- kool(bloemplanten) (groente) een geslacht Brassica uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae). Het geslacht bevat een aantal landbouw- en tuingewassen. De bloemen bestaan uit vier kelkbladen, vier kroonbladen, zes meeldraden en twee vruchtbladen
- knol(plantkunde) een verdikte wortelstok waarin een plant voedsel opslaat
- donkeen heuvel bestaande uit dekzand die voorkomt in het laaggelegen rivierengebied en uitsteekt boven de latere sedimenten
- knokknook
- dool
- kolkeen slurfvormige draaiing, met name in een watermassa
- koon(formeel) (anatomie) wang
- kond(verouderd) kennende, wetende, op de hoogte
- lonk
Woorden van 3 letters 13
- ookdaarnaast; verder; tevens
- kon
- dol(scheepvaart) een metalen pin waarop een roeispaan kan draaien
- doneen Spaanse, Portugese, Braziliaanse en Italiaanse betiteling, afgeleid van het Latijnse dominus
- kok(kookkunst) iemand die voedsel bereidt tot een maaltijd
- dok(muziekinstrument) onderdeel van een klavecimbelmechaniek waarmee een snaar in trilling wordt gebracht door deze met een plectrum (kiel) opzij te duwen en dan te laten schieten
- lokhaarlok, pluk haar
- koleen vrouw die magie bedrijft
- nok(bouwkunde) het hoogste gedeelte van een schuin dak
- loo
- kno(medisch) (afkorting) afkorting voor keel-, neus- en oorheelkunde
- nolkleine verhoging in het terrein
- lno