Letter Toolbox

HAKHOUT

“HAKHOUT” is een geldig woord.

19 Scrabble punten
19 Wordfeud
7 letters

Betekenis

zelfstandig naamwoord

  1. hout dat gebruikt wordt voor het haardvuur als brandhout
  2. houtgewas dat ieder 6-10 jaar gekapt wordt meestal om te gebruiken als brandhout

Woorden van < 7 letters: HAKHOUT

37 woorden gevonden

Woorden van 4 letters 6

  • auto(verkeer)(techniek) voertuig met drie of meer wielen, een motor en een carrosserie
  • hout(materiaalkunde) materiaal in het binnenste van houtige planten (bomen, struiken, etc.) (wikidata: hout )
  • hakt
  • hokt
  • kout(communicatie) een gezellig babbeltje
  • hukt

Woorden van 3 letters 17

  • hou
  • kat(roofdieren) bepaald soort zoogdier, Felis sylvestris catus , tot de katachtigen behorende soort die tam is geworden
  • huheen uiting die grote verbazing aangeeft
  • hut(bouwkunde) primitieve behuizing voor mens en huisdier, gemaakt van ter plaatse aanwezig materiaal: hout, plaggen, leem e.d. (een behuizing voor uitsluitend dieren, wordt nooit een 'hut' genoemd)
  • kut(vulgair) (anatomie) vrouwelijk schaamdeel
  • kousituatie met lage temperatuur; de afwezigheid van warmte
  • outuit
  • hotdraagkorf
  • tak(beschrijvende plantkunde) een deel van een boom of struik dat aan de stam vastzit en waaraan bladeren groeien
  • hak(anatomie) hiel van de voet
  • hokeen bepaald dierenverblijf
  • tao
  • tok(visserij) (verouderd) ondermaatse kabeljauw (meestal in meervoudsvorm)
  • tukeen korte periode van slaap
  • kotklein, armoedig huis
  • okt(afkorting) tiende kalendermaand, oktober
  • huk

Woorden van 2 letters 14

  • oheen uitroep van lichte verbazing or herkenning
  • uheen uiting die enige aarzeling aangeeft
  • ahuitroep "ah!", die herkenning of verbazing uitdrukt
  • to
  • ho(informeel) (afkorting) afkorting van homoseksueel
  • hadrukt vreugde uit
  • at(informatica), een apenstaartje in een e-mailadres (@).
  • auuitroep van pijn
  • ka(pejoratief) vrouw die krachtig voor haar opvatting uitkomt
  • huuitroep van huivering door angst of kou
  • tu
  • uk(familie) peuter, klein kind
  • ku
  • ut(verouderd) (muziek) eerste toon van de toonladder