Letter Toolbox

FOKZEUG

“FOKZEUG” is een geldig woord.

20 Scrabble punten
21 Wordfeud
7 letters

Betekenis

zelfstandig naamwoord

  1. veeteelt vrouwelijk varken dat men houdt om biggetjes te laten baren

Woorden van < 7 letters: FOKZEUG

31 woorden gevonden

Woorden van 4 letters 4

  • zoektoestand waarin men iets probeert te vinden (alleen nog in vaste verbindingen)
  • zeug(veeteelt) vrouwelijk varken of everzwijn
  • zoefgeeft het geluid aan van iets snel voorbijgaat
  • zouk(muziek) feestelijke, snelle, ritmische Caraïbische dansmuziek

Woorden van 3 letters 18

  • zou
  • zegvoornamelijk als verkleinwoord een uiting van wat men in een vergadering in te brengen heeft
  • gekeen persoon die (tijdelijk) iets raars doet
  • okein orde, goed aanvaardbaar
  • gok(verouderd) (Jiddisch-Hebreeuws) een zeker kansspel, vooral met dobbelstenen
  • koe(evenhoevigen) (veeteelt) wijfje van het huisrund en van andere rundersoorten
  • kousituatie met lage temperatuur; de afwezigheid van warmte
  • ego(psychologie) gevoel van eigenwaarde
  • ufovliegend voorwerp waarvan de identiteit niet bekend is
  • fez(hoofddeksel) bepaald soort hoed met een Turkse oorsprong
  • oefeen uitroep die inspanning of vermoeidheid uitdrukt
  • keueen onmisbaar hulpmiddel voor het biljarten en dient om de speelbal in de juiste richting te dirigeren met een bepaalde snelheid en een gewenst effect
  • fok(scheepvaart) driehoekig zeil bevestigd aan de voorstag, het fokzeil
  • zogdat wat een zuigeling zuigt
  • keg(techniek) een blok met één schuine kant, waarmee men iets kan vastklemmen of het wegrollen van bijv. een wiel kan verhinderen. (De doorsnede van een keg is een rechthoekige driehoek, van een wig is dat een gelijkbenige driehoek.
  • kof(scheepvaart) (historisch) type zeilschip voor binnen- en kustvaart met platte bodem en ronde voor- en achtersteven
  • kefhet gekef (van kleine honden)
  • kog(scheepvaart) (geschiedenis) middeleeuws vrachtschip dat vooral door de Hanze werd gebruikt

Woorden van 2 letters 9

  • zeclitische vorm van zij; derde persoon vrouwelijk enkelvoud, onderwerp
  • zo(afkorting), (tijdrekening), (dag) zondag, de tweede dag van het weekeinde
  • ofen anders (nevenschikkend): gebruikt om een keuze aan te geven, waarbij alle keuzemogelijkheden expliciet worden genoemd
  • go(spel) Japans bordspel
  • getweede persoon enkelvoud- en meervoud. In Nederland verouderd, maar in België in dagelijks gebruik
  • kg
  • uk(familie) peuter, klein kind
  • ku
  • eg(landbouw) (tuinbouw) werktuig dat gebruikt wordt voor het zaaiklaar maken van de grond door het maken van kleine geultjes