Letter Toolbox

BOOMZWAM

“BOOMZWAM” is een geldig woord.

21 Scrabble punten
23 Wordfeud
8 letters

Betekenis

zelfstandig naamwoord

  1. mycologie zwam die op bomen groeit

Woorden van < 8 letters: BOOMZWAM

33 woorden gevonden

Woorden van 5 letters 3

  • mambo(dans) Zuid-Amerikaanse dans
  • bomma(familie) (informeel) moeder van een ouder
  • zamboeen persoon van gemengd negroïde en indiaanse afkomst

Woorden van 4 letters 6

  • boom(beschrijvende plantkunde) een meerjarige plant die als karakteristiek heeft dat hij een of meer verhoute stammen heeft
  • zoomrand aan de buitenkant
  • zwom
  • zwam(mycologie) organisme dat bestaat uit een netwerk van draadjes dat op andere organismen groeit, soms zichtbaar in de vorm van een verkleuring, vlokken of paddenstoelen
  • ambo(bouwkunde) verhoogd podium in een kerk
  • zoabzeer open asfaltbeton, een type bedekking van het wegdek

Woorden van 3 letters 14

  • mam(informeel) vrouwelijke ouder
  • oom(familie) broer of zwager van iemands vader of moeder
  • oma(familie) moeder van een ouder
  • bom(militair) vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven
  • bam(spel) grote knikker met een doorsnee tussen 22 en 25 mm
  • zooverzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren die in een vaak parkachtige omgeving in gevangenschap worden gehouden om het publiek de gelegenheid te geven ze te kunnen bekijken
  • momvoorwendsel, schijn
  • boa(reptielen) wurgslang uit de onderfamilie Boinae , sommige soorten kunnen erg lang worden
  • mob
  • bao
  • wamv/m een huidplooi die afhangt van de hals van een rund of een ander dier
  • moa(loopvogels) benaming voor grote loopvogels die leefden in Nieuw-Zeeland uit de orde Dinornithiformes
  • mbo(onderwijs), (letterwoord), (afkorting) middelbaar beroepsonderwijs
  • ozbeen Nederlandse belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken, waarbij de geschatte waarde van het onroerende goed de basis is voor de hoogte van de belasting

Woorden van 2 letters 10

  • omaan alle kanten van iets.
  • zo(afkorting), (tijdrekening), (dag) zondag, de tweede dag van het weekeinde
  • ma(familie) moeder, vrouwelijke ouder
  • bo(sport) Japanse vechtstok, stevige staf, ongeveer 1,8 m lang
  • mmdrukt uit dat iets goed smaakt of een prettig gevoel oproept
  • am(verouderd) vrouw die het kind van een andere vrouw borstvoeding geeft
  • wogewapende strijd tussen een groot aantal landen uit meerdere continenten
  • mw
  • ba
  • abafkorting van het algemeen bestuur