BIELS
“BIELS” is een geldig woord.
10
Scrabble punten
11
Wordfeud
5
letters
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- spoorwegen houten dwarsligger gebruikt bij aanleg van spoorwegen
Anagramoplosser: BIELS
Woorden van < 5 letters: BIELS
31 woorden gevonden
Woorden van 4 letters 8
- lies(anatomie) gedeelte van de buikstreek die met de liesplooi de grens vormt tussen onderlichaam en dij
- slib(geologie) afzetting op de bodem van in (stromend) water aanwezige vaste deeltjes.
- biel(spoorwegen) (verouderd) biels, houten dwarsligger gebruikt bij aanleg van spoorbanen
- bleswitte vlek op het voorhoofd van een paard
- bieseen smal boordsel op een kledingstuk, smalle strook stof aan de rand van een kledingstuk
- leis(jachttaal) lange dunne riem aan de halsband om een jachthond vast te houden
- beis(Jiddisch-Hebreeuws) tweede letter van het alfabet
- blei(straalvinnigen) bepaald soort zoetwatervis, Blicca bjoerkna uit de karperachtigen
Woorden van 3 letters 13
- belklok, schel, zoemer
- les(onderwijs) onderricht gedurende een korte tijd
- eiseen dwingende vraag, een noodzakelijke voorwaarde voor iets
- leieen plat stuk van leisteen
- bil(anatomie) elk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken aan de achterkant bedekken
- lism en o: (bloemplanten) een geslacht Iris uit de lissenfamilie (Iridaceae ). Zowel het geslacht als de soorten worden in de volksmond iris genoemd. Het geslacht kent naast soorten ook vele cultivars. Lissen worden al lang door de mens gebruikt. In de Egyptische piramiden zijn afbeeldingen van lissen te vinden, die stammen uit 1500 v.Chr. De soorten komen voor in de gematigde delen van het noordelijk halfrond, tot in de Filipijnen als zuidgrens
- beserfwoord (fruit) kleine vrucht
- bei(geschiedenis) vorst in het voormalige Turkse rijk
- els(bloemplanten) benaming voor loofbomen uit het geslacht Alnus in de berkenfamilie (Betulaceae )
- bis(muziek) een met een halve toon verhoogde toon "b"
- ielheel fijntjes
- leb(zoötomie) lebmaag
- biebijzonder (goed)
Woorden van 2 letters 10
- isderde persoon tegenwoordige tijd enkelvoud van zijn
- ie(Noord-Nederlands) clitische vorm van de 3e persoon enkelvoud mannelijk nominatief.
- el(eenheid), (verouderd) een oude lengtemaat gebaseerd op de lengte van de menselijke ellepijp, gewoonlijk 60 à 70 centimeter
- ei(voeding) dierlijk voedingsmiddel voor de mens in een schaal
- se(onderwijs) deel van het eindexamen dat door de onderwijsinstelling zelf wordt afgenomen
- li(eenheid) Chinese lengtemaat, nu gestandaardiseerd tot ½ km
- si(muziek) zevende muzieknoot in de toonladder.
- es(bloemplanten) bepaald soort loofboom Fraxinus excelsior , die inheems is in de Benelux en tot 40 meter hoog kan worden
- ebeen getijde waarbij het water van de zee zakt, in tegenstelling tot vloed, waarbij het water stijgt
- bi(lhbt) iemand die zowel met mannen als vrouwen seksueel actief is