4-letterwoorden die beginnen met KO
Elke treffer in het woordenboek, meest gangbare eerst.
36 woorden gevonden
Woorden van 4 letters 36
- komt
- koudmet een lage temperatuur, fris, kil, koel
- kost(verouderd) geldbedrag of andere tegenprestatie voor een verkregen voorwerp of dienst of voor veroorzaakte schadeHet enkelvoud is in deze betekenis verouderd, zeker in Nederland; het meervoud kosten is gangbaar geworden.
- kortvan geringe duur
- kont(informeel) (anatomie) billen, achterwerk
- koop(handel) een handeling waarbij men iets in ruil krijgt voor geld
- koos
- kooi(techniek) uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit
- koelmet een naar verhouding lagere temperatuur dan de warme of hete omgeving
- kookde toestand van koken
- koor(muziek) een groep mensen die samen zingen
- kool(bloemplanten) (groente) een geslacht Brassica uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae). Het geslacht bevat een aantal landbouw- en tuingewassen. De bloemen bestaan uit vier kelkbladen, vier kroonbladen, zes meeldraden en twee vruchtbladen
- kots(informeel) braaksel
- koek(voeding) een baksel uit de oven met als belangrijkste ingrediënt deeg
- koks
- kous(kleding) een aansluitend, meer of minder elastisch kledingstuk dat de voet en (een deel van) het been bedekt
- korfeen mand van vlechtwerk
- kolfeen instrument voor het afzuigen en opvangen van moedermelk
- koendapper, heldhaftig, moedig
- kohl(cosmetica) een mengsel van roet en andere ingrediënten, dat wordt gebruikt om de oogleden donkerder te maken en als mascara voor de wimpers
- koto
- kolt
- koptchristelijke afstammeling van de oude Egyptenaren
- kolkeen slurfvormige draaiing, met name in een watermassa
- kola(plantkunde) benaming voor bomen uit het geslacht Cola , tropische bomen die kolanoten leveren
- koerverhard terrein voor, achter of in een huis
- koon(formeel) (anatomie) wang
- kond(verouderd) kennende, wetende, op de hoogte
- koet(kraanvogelachtigen) benaming voor watervogels uit het geslacht Fulica
- kout(communicatie) een gezellig babbeltje
- kopsbetrekking hebbend op het vlak dat is ontstaan bij zaagwerk haaks op de stam van de boom
- koot(zoötomie) gedeelte van de ondervoet bij het paard tussen kogelgewricht en hoef
- koofhoofddeksel of hoofdtooi
- koogstuk buitendijks land
- koephok onder een trap
- koes(informeel) in kalme houding, zonder geluid voort te brengen (alleen predicatief gebruikt)